Tibidabo in de mist


Juni 2014. Om 10:00 uur waren we present op een parkeerplaatsje net buiten Barcelona: Plaza Maduixer. Ga je ooit hardlopen daar in de buurt? Navigeer daar op af. En daar was ook Koen. Enthousiast en bevlogen. Wat hij ons voorschotelt qua plannen bevalt me. Eerst wat techniek, dan een warming-up en dan gewoon maar eens wat gaan lopen. En de tips nemen we maar al te graag aan, want Koen trainde eerder het Nederlandse marathon team en diverse toppers uit de ‘elite’. Fysiotherapeut en trainer, met de overtuiging dat het trainen van zowel body en mind je verder brengt in het hardlopen. Een pionier in Spanje, want hier loopt men vooral snel. Competitief. ‘Kijk mij’. Dat trainen meer inhoudt dan alleen maar fysiek het uiterste uit jezelf halen bewees Koen met het begeleiden van Nacho Cáceres. Deze Spaanse marathonloper plaatste zich voor de Olympische Spelen 2012 tijdens de Rotterdam Marathon. Een hoogtepunt.

Tip 1. Hardlopen is eigenlijk heel simpel en dat vergeten we vaak. Bekijk je het lichaam als een bewegend object, dan heeft dat een zwaartepunt, ergens laag in je romp. Doe je je armen op je rug en ga je rennen – ene been voor de ander zetten, je kent het wel – dan willen je armen mee. Gebruik je je armen voorwaarts tegelijk met je ‘spiegelende’ been, dan kan efficiënt armengebruik je helpen bij het lopen. We spelen wat met het gebruik van je armen. En verrek, logisch, inderdaad. Tegelijkertijd spannen we onze billen samen en trekken we de schouderbladen naar elkaar toe. En we strekken onze nek. Hop, ik loop als een veertje.

Dat gevoel duurde trouwens maar even. Volg je gevoel, was de volgende tip, en dat gevoel zei me dat het iets te hard ging. Dat mijn loopmaatje en ik überhaupt in een straal van 1 meter van elkaar samen hardliepen is uniek. Dan gaat híj te langzaam of ík te hard. Dat laatste dus. Niet erg. Af en toe vlogen de heren er vandoor en kon ik heel even wandelen en vervolgens op eigen tempo doorlopen. Kwamen ze mij gewoon weer heel braaf ophalen. Beviel me goed! De volg-je-gevoel-tip beviel me ook goed. Ik ben ervan overtuigd dat je lichaam zelf aangeeft waar jouw comfortabele hartslagzones zitten. Koen was anti-Garmin. Eerst aanvoelen hoe je zelf het prettigst loopt, daarna eventueel hulpmiddelen gebruiken en op tempo’s of in hartslagzones gaan trainen. Onze Garmins registreerden intussen de fantastische route. En we gingen stijgen. En stijgen, en stijgen en nog een stukje….. stijgen. Gelukkig was het licht bewolkt en niet bloedheet. Voordeel, maar wel een nadeel voor het uitzicht. Desondanks ontvouwde Barcelona zich in het geheel aan onze voeten. De hotspots en juist niet-hotspots werden aangewezen. Erg handig, omdat er nog 2 of meer dagjes Barcelona in het verschiet liggen. Intussen passeerden we enkele dorpjes die tegen Barcelona aangeplakt liggen. Authentiek. Een huis hier laten bouwen is populair. De meest prachtige villa’s met Spaanse tegeltjes passeerden onze weg. Had ik al gezegd dat we stegen? Nu via trappen, uitkomende op een dorpspleintje. Na het eerste everzwijn te hebben gespot. Natuurlijk, everzwijnen. (‘En nu?’ ‘Niks, die lopen hier gewoon te scharrelen’) We steken het dorpsplein over en krommen om de berg heen en komen in een park terecht. Een oase van rust, op maar een uurtje lopen. Quinta Juana heet het dorpje en park. Na het park raak ik het tempo van de mannen echt kwijt. De trappen op richting het verdiende terrasje kon ik niet meer opbrengen. Het was inmiddels warm, zonnig en mijn asfaltbenen waren dit niet gewend. Zelfs wandelend waren de trappen een opgave. Respect voor mijn loopmaatje, die soepeltjes mee bleef hobbelen. En daar was een terrasje. Ik nam me voor om langzaam van mijn drankje te drinken. Zo was ik in ieder geval op adem voordat we door zouden gaan.

Koen wijst naar een berg verder. Daar gaan we heen. Tibidabo. Bovenop een kerk met daar omheen een pretparkje. Zo’n pretparkje uit de dertiger jaren, een monument op zich. Kom maar op! We startten de beklimming en vielen Jezus – die bovenop de kerk pronkte – in de rug aan. Ik liet de mannen gaan en volgde op eigen tempo. Eigenlijk was ik best kapot. Sommige foto’s halen Facebook niet en de selfie die ik toen maakte is er daar eentje van. Toch op aanmoediging van de mannen, die me weer braaf kwamen halen (‘kom op, laatste klim!’) heb ik weer even doorgezet. Het laatste stukje naar Tibidabo gewandeld, want erg steil. Als verkoelend kadootje ontvingen we een klein regenbuitje. En toen passeerden we de volgende 3 (!) everzwijnen, die een kinderklas opjaagden als een kudde schapen. De achtbaan in Tibidabo zal niet het verhaal zijn waarmee die kinderen thuis zouden komen ’s avonds.

Op de Tibidabo stond de kerk, Jezus in de mist. Dat was uniek op zich. Dat benam ons ook een helder uitzicht over Barcelona, maar desondanks: prachtig. We lieten de sprookjesachtige oude huizen achter ons, uitkijkend over de stad én met een krakende achtbaan in hun tuin. Een funiculare – nog ouder dan het pretpark, een soort VW busje op rails – kruiste ons pad en we gingen dalen. Jeej! De geplande hele en halve marathons werden doorgenomen. Voeding, mentaal, de laatste week. Wat tips voor de dalende tred zorgden ervoor dat het dalen als een dolle ging. Ik hield de beiden heren niet bij, maar vloog op mijn eigen tempootje de berg af. Circa drie kwartier dalen was onze beloning, om 4 uur na onze start weer op het parkeerterrein terug te keren. Poef! Ik voelde dat mijn benen wat langer dan normaal hun best hadden gedaan.

In één van de lager gelegen straatjes – ineens weer ín Barcelona – sloten we af met een o-zo verdiende lunch. Catalaanse rariteiten en Spaanse politiek werden nog even doorgenomen en eet- en drinkadresjes in de stad werden genoteerd. We namen afscheid van Koen. Ik voel ze best, mijn benen, een dag later.

  • Facebook - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now