Weer die sneeuw


Langzaam zet Ranu haar linkervoet voor de rechter. De rechter tilt ze niet op, maar trekt ze naar voren. Bijna een kwartier gaat voorbij voordat ze de zware deur van haar kamer openduwt met de wielen van haar rollator. Na de lunch was ze opgestaan en de gang op geschuifeld. Normaal gesproken drinkt ze nog een kopje koffie met de andere bewoners, maar vandaag niet. Ze heeft iets belangrijkers te doen.

Ranu laat zich neerzakken op één van de twee stoelen in haar kamer, naast de twee verhuisdozen. Iemand had deze daar gisteren neergezet. ‘Ranu’ staat er met viltstift op de zijkant van de dozen geschreven. Lang had ze ernaar gekeken en nagedacht. Ze had gezocht in alle hoeken van haar gedachten. Had gedwaald door haar herinneringen, maar niks gevonden. Weer die sneeuw. Het maakte alles wit en onherkenbaar. Eerder vond zij Aswhin terug in haar gedachten, zelfs in de zwaarste sneeuwstorm. Het contrast van zijn gestalte, het timbre van zijn stem, de kadans van zijn loopje. Altijd kon ze aan hem denken en vond ze het antwoord. Het antwoord op de vele vragen die haar hoofd vulden.

In haar schoot liggen haar handen. De knokkels nog wit van het omklemmen van de handvaten van de rollator. Ze strekt haar vingers zover mogelijk uit en balt ze weer tot een vuist. “R. A. N. U.” Langzaam en duidelijk articulerend spreekt ze de letters hardop uit, in de hoop ze te begrijpen.

  • Facebook - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now