Hardlopers op hun best


Groet uit Schoorl 2015. Een hardloopevenement in Noord-Holland met op het programma een aantal afstanden. Ik zou de korte doen, mijn hardloopmaatje de langste. Ik startte als laatste, met als resultaat dat ik ruim vier uur kon gaan wachten in een sporthal, op een tribune van drie hoog, in de hoek. Ik zou me niet gaan vervelen. Maak kennis met de mensen die je zoal tegenkomt in een sporthal in Schoorl.

Eerst de flyerman. Hij stond naast mijn plekje en had twee missies: 1) flyers uitdelen met daarop allerlei pietepeuterige lokale loopjes, en 2) de stroom lopers ‘reguleren’. Want één ding was zeker: mensen mochten er daar alleen de sporthal ín en niet uit, want dat hield natuurlijk de boel op. Dat híj degene was die de boel ophield was hem toen nog niet echt duidelijk. Al snel namen mensen zijn bevelen (“ER HIER NIET UIT!”) niet meer serieus en begon hij mensen zelfs fysiek tegen te houden, met het nodige lichamelijke contact. Dit aanschouwend had ik mezelf al voorgenomen dat ik hem hoe dan ook zou passeren. Dit bleek niet nodig, want een paar minuten later werd de man met dwang verwijderd. Er mocht niet worden geflyerd. OK, duidelijk. Hij is nog een uur bezig geweest om alle uitgedeelde flyers te verwijderen. In- en uitgaande lopers liepen weer door elkaar.

Toen de Iraanse dame. Ze zat op hetzelfde bankje, bovenaan de tribune. Dat ze Iraanse was, daar kwam ik pas achter toen de Enkhuizeling (niet de juiste term, maar het klinkt lekkerder dan Enkhuizenaar) aanschoof en meteen naar haar afkomst vroeg. Afijn, de Iraanse dame zei rond half elf haar man en zijn medelopers gedag. Ook zij liepen de langste afstand, dertig kilometer. De hal was op dat moment loaded! Haar man vroeg me welke afstand ik zou gaan lopen. Mijn antwoord zorgde ervoor dat hij zijn vrouw aan me koppelde, “want zij loopt ook de tien kilometer!” De Barcelona-ganger zei me intussen gedag en wenste me succes. De Iraanse brigade sprak hem aan als mijn man. “Waarom loopt jouw vrouw geen halve marathon eigenlijk?” Verwarring.

De Barcelona-ganger was namelijk een kwartier eerder naast me komen zitten. We moesten samen lachen om de flyer-man. Even later vroeg hij of ik een foto van hem wilde maken. Natuurlijk. Ik deed mijn best, maar het beeld dat ik zag door zijn Iphone bleef wazig. Na alle instellingen te hebben doorgeworsteld kwamen we erachter dat zijn lensje beslagen was. Een vragenvuurtje bracht aan het licht dat hij trainde voor de marathon in Barcelona. Nu had ik wel Barcelona-hardloop-ervaring, dus konden we het even hebben over die mooie stad. Hij ging een snelle halve marathon lopen overigens. Althans, dat was het plan.

Intussen was mijn telefoon leeg. Op de expo met wel twee stands, tegenover de tribune, plugde ik die even in het stekkerblok. Dat mocht wel even van de verkoopster. Met de Iraanse dame ben ik even door het assortiment gegaan. We besloten de best aantrekkelijk geprijsde waterbelt toch niet te kopen, na deze te hebben aan gepast. Toch, achteraf gezien, was zeven euro een mooie prijs. Intussen bespraken we trainingsschema’s voor een halve marathon, onze carrièreplannen, de artsencarrière van haar man en het parcours van de tien km. Inmiddels was het merendeel van de lopers begonnen aan de halve marathon of de dertig kilometer. Het was dus bijna leeg in de sporthal. En er was lekkere koffie en een best-aanvaardbaar-schoon toilet. Optimale voorbereidingen voor een wedstrijd, zeg ik je.

Eenmaal weer op onze plek en twee koffie en een toiletbezoek verder, sloot

de Enkhuizeling aan. De goede man was 74 jaar oud en liep in zijn leven tien marathons, ontelbare halve marathons, maar moest in de loop van de jaren helaas de minuten gaan optellen bij zijn finishtijden. Die waren alsnog niet mis. De meest markante loop was wel de Vooroeverloop. Die ken ik ja, van verhalen. Ik liet hem netjes uitleggen hoe dat dan ging; van de boot af, langs het IJsselmeer. De Iraanse dame en hij hadden iets gemeen; een hond. Het nadeel van een hond, daar waren ze het over eens, was hun ochtendritme. Ze waren vroeg wakker, die honden. Hij kon niet wachten tot de zomer, zo sprak de Enkhuizeling, want dan is het weer lekker lang licht. “Ik bedoel: half zes vanmorgen is in de zomertijd toch wel zeker…….” En toen viel het stil. Het volgende half uur ging het over de zomertijd. Ging de klok nu een uur vóóruit of achteruit? Ik ben geen helder licht in dit soort discussies. Een aantal keren in mijn leven wist ik het zeker, hoe het zat met de zomer- en wintertijd, maar bleek het achteraf niet te kloppen. Met het fenomeen vóóruit bedoelden de Iraanse dame en Enhuizeling ook nog eens iets anders. De wijzer naar voren zetten of de tijd vooruit zetten? We kwamen er niet uit. Hopeloos hebben we de volgende vijf minuten uitgezeten. Daar kwamen namelijk onze lange-afstandlopers alweer. Vier uur, ze waren omgevlogen.

In de pendelbus terug naar de auto in Alkmaar bleek er water tussen de dubbele beglazing van de bus te zitten. Dat schepte een band. Het deed me denken aan de dubbelwandige beker met gel en glitters die ik vroeger had. Als de chauffeur remde vloog het water schuin naar voren, bij optrekken gingen de achterste passagiers figuurlijk kopje-onder. Als blije schoolkinderen in een bus arriveerden we bij de auto’s en op het station. Naar huis.

Na een lange dag stapten we in de lift van onze flat. Moe waren we. Zo moe, we vergaten helemaal om ons heen te kijken alvorens we op het knopje van de lift drukten. Terwijl wij omhoog gingen, zagen we door het glas een beteuterde meneer met zakken patat in zijn handen naar beneden verdwijnen. Eenmaal aangekomen op de derde etage, kwam deze meneer de trap opgesneld. “Sorry hoor!” zei ik tegen hem. Glazig keek hij me aan en liep snel door. Ik was weer thuis en verwend. Hoe kon ik ook denken dat deze man terug zou praten? De hele dag ondergedompeld in de ‘iedereen-praat-met-elkaar-sfeer’. Toch best fijn, die hardloopwereld.

  • Facebook - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now