Met zonder lintjes

Hopelijk ga ik er wel op mijn eigen postzegelniveau van genieten. En niet verdwalen. Het waren de laatste woorden van mijn vorige column. Mijn verslag in het kort: ik genoot (en niet op postzegelniveau) en verdwaalde. Mijn eerste trailervaring in wedstrijdvorm verdient een langer verhaal dan dit.

De sfeer was goed in het Brabantse Oosterhout. Ik vond het spannend, niet wetende wat er zou komen. Eén ding zou een zekerheid blijken die namiddag: de start en de finish vonden plaats op een atletiekbaan. ’s Middags liep de jeugd er nog driehonderd metertjes. Vol bewondering had ik spillebenen voorbij zien vliegen.

Vliegen zou tijdens mijn wedstrijd niet gebeuren. Snelheid is überhaupt niet belangrijk, vertelden zij die wel vaker van het padje af lopen. Dus ik startte zonder plan, een beetje achterin. Nog voor we het bos in liepen struikelde iemand over een verkeersdrempel. De trail was begonnen. Na de eerste zandverstuiving ging mijn hart sneller kloppen. Van de eerste inspanning, maar ook van de leuke op- en neergaande slingerpaadjes. Mijn eerste winstpunt was binnen: ik genoot ervan. Snelheid kon ik inderdaad wel vergeten, maar ik kwam zowaar in een ritme en haalde mijn voorgangers in. Dames met gekleurde hoofdbandjes, rugzakken met water en kniekousen. Nu ik niet meer volgde moest ik gaan opletten. Rood-witte lintjes hingen in de struiken en markeerden de route. Mijn volgende bonte prooi liep er aan eentje voorbij. Ik was de beroerdste niet en corrigeerde haar: RECHTS! Mijn tweede winstpunt: ik was aan mijn postzegelniveau ontstegen. En had weer iemand ingehaald.

Uit het niets kwam een tiental lopers mij tegemoet. Er hingen geen lintjes meer op de route. Wat te doen? Daar stonden we dan, midden in het bos te dubben. Toch de zandverstuiving in, zonder lintjes? Of het bos in, hopend op een nieuw spoor? Als een waaier gingen we uiteen in een aantal richtingen. Ik ging het bos weer in. De bonte dames die ik zorgvuldig was gepasseerd liepen weer voor me. Vier kilometer, gaf mijn horloge aan. Hoeveel zouden het er gaan worden? Daar was de drinkpost. Met water, bananen en sinaasappels. Uit alle hoeken en gaten verschenen lopers van verschillende afstanden. Allen richting het campingtafeltje. Verwarring alom. Waar moeten ze heen? Het was op dat moment dat ik besloot de tijd te nemen en een stukje banaan te pakken. Ik stelde mijn doel bij: het bos uit. Het ergste dat me kon overkomen? Dat mijn wedstrijd wat langer zou duren. Daar kon ik goed mee leven. Door mijn banaanmomentje was de bonte meute allang weer vertrokken. Alleen zette ik de machine weer in werking en koos een pad. Daar waren de lintjes weer. De lintjes, het bos en ik, we waren op elkaar aangewezen. En bleken goede vriendjes. Snel haakte ik weer aan bij een groepje kleurlingen. En enkele lintjes later lieten we het groen alweer achter ons. Op de atletiekbaan mocht ik toch even vliegen. Zonder spillebenen, maar toch. Met slechts een halve kilometer teveel op mijn teller passeer ik de finish. Tijd: niet belangrijk. Wanneer mag ik weer? Liefst met zonder lintjes.

NB: Later bleek dat een deel van het parcours is gesaboteerd door voorbijgangers. Iets waar de organisatie slechts in beperkte mate iets aan had kunnen doen. Complimenten aan de organisatie voor een erg sfeervol en goed georganiseerd evenement.

  • Facebook - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now